KOHAKU
De Kohaku heeft een witte ondergrond met rode patronen. De rode vlekken kunnen verdeeld liggen op het lichaam .Er zijn twee-, drie- en vierstapspatronen.
Het wit moet spierwit zijn zoals sneeuw en er mogen geen vlekken op zitten, een wit dat maar matig van kleur is of gelig, is niet gewenst.
Het rood moet vuurrood zijn en de kiwa (afbakening van de patronen) moeten goed afgelijnd zijn. Belangrijk is dat de koi overal dezelfde intensiteit heeft en dat de randen van de tekening helder zijn. Bij een goede Kohaku begint het hi (rood) op het hoofd met een traditioneel U-vormig patroon dat net aan of achter de ogen begint. De patronen moeten goed verdeeld zijn over het lichaam van de koi en moeten goed in balans verkeren. Soms zijn er Kohaku met één groot patroon dat begint aan de kop en eindigt net voor de staart. Bij een perfecte Kohaku houdt de hi-tekening vlak voor de staart op. De vinnen behoren eigenlijk zo wit als sneeuw te zijn. Hi-vlekken mogen niet doorlopen op de vinnen. De schubben dienen over het hele lichaam van de koi even groot te zijn. Er zijn Kohaku waar er zwarte stippen te zien zijn (shimi). Deze komen wel eens voor van een slechte waterkwaliteit. Na het kopen van een goede Kohaku kan men een tijd later vaststellen dat er toch shimi tevoorschijn komt. Het is moeilijk een Kohaku te houden zonder shimi, deze variëteit heeft er aanleg voor.
